Dunnevezelneuropathie

Van diagnose tot behandeling

  • 00Casus
  • 01Inleiding
  • 02Klinisch beeld
  • 03Diagnose
  • 04Kwantificeren van dunne zenuwvezels
  • 05Onderzoeken van de dunnezenuwvezelfunctie
  • 06Epidemiologie
  • 07Onderliggende aandoeningen
  • 08De rol van natriumkanaalmutaties in de pathofysiologie
  • 09Behandeling
  • 10Conclusie
  • 11Reacties (0)

Samenvatting

Dunnevezelneuropathie is een perifere neuropathie waarbij selectief de dun-gemyeliniseerde A-delta- en ongemyeliniseerde C-vezels zijn aangedaan. Het klinisch beeld wordt gekenmerkt door sensibele klachten (voornamelijk neuropathische pijn) en autonome disfunctie. Daarnaast kunnen er tekenen zijn van erythermalgie. Dit is een typisch klachtenpatroon dat bestaat uit een brandende pijn in handen en voeten, met een rode verkleuring van de huid, die toeneemt bij warmte of inspanning. De diagnose dunnevezelneuropathie wordt gesteld op basis van het klinisch beeld in combinatie met een verlaagde intra-epidermale zenuwvezeldichtheid in het huidbiopt en/of afwijkend temperatuurdrempelonderzoek. Hoewel verschillende aandoeningen geassocieerd zijn met dunnevezelneuropathie, is het causale verband vaak onduidelijk. Spanningsafhankelijke natriumkanalen lijken een belangrijke rol te spelen in de pathofysiologie van dunnevezelneuropathie. Dit biedt een aangrijpingspunt voor nieuwe therapieën. De huidige behandeling van dunnevezelneuropathie bestaat uit het behandelen van een eventuele onderliggende aandoening, medicamenteuze pijnbestrijding en/of pijnrevalidatie. Helaas is het resultaat hiervan vaak nog teleurstellend.

Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden aangeschaft

Log nu in om het volledige artikel te bekijken of om te reageren.

Abonneren

Informatie over dit artikel

Auteurs Hoeijmakers, J.G.J.
Sopacua, M.
Merkies, I.S.J.
Faber, C.G.
Rubriek Nascholingsartikel
Accreditatie 1 accreditatiepunt
Publicatie 25 september 2017
Editie Nervus - Jaargang 2 - editie 3 - 2017-3

Leerdoelen

  • herkennen van het klinisch beeld van dunnevezelneuropathie
  • realiseren dat een normaal neurologisch onderzoek en zenuwgeleidingsonderzoek het bestaan van een perifere neuropathie niet uitsluit
  • kennis over de aanvullende diagnostiek om dunne zenuwvezelschade of -disfunctie aan te kunnen tonen
  • kennis over aandoeningen die geassocieerd zijn met dunnevezelneuropathie
  • het begrijpen van de rol van spanningsafhankelijke natriumkanalen bij het ontstaan van dunnevezelneuropathie
  • kennen van de behandelopties bij dunnevezelneuropathie